← Nederlands BlogLangzaam reizen in Palawan: een essay van Schiphol tot de lagunes van El Nido

Langzaam reizen in Palawan: een essay van Schiphol tot de lagunes van El Nido

Sophie V., Amsterdam Β· 19 juni 2026 Β· 11 min

Op een grijze februari-ochtend stond ik bij vertrekhal 3 op Schiphol met een rolkoffer die te licht was voor iemand die drie weken weg zou blijven. Dat was bewust. Ik had gelezen over Palawan, had de foto's van turquoise water en kalkstenen torens gezien, en had mezelf beloofd dat ik deze reis anders zou benaderen dan de vorige -- geen spreadsheet met twintig bezienswaardigheden, geen race tegen de klok, geen schuldgevoel als ik een middag oversla. Langzaam reizen klinkt in Nederland vaak als een luxe die je je pas permitteert als je freelance bent of met sabbatical vertrekt, maar voor mij was het vooral een reactie op het tempo waarin ik thuis leef: de fiets naar het werk, de agenda die per kwartier gevuld is, de constante onderstroom van berichten die je vertellen dat je ergens anders zou moeten zijn. Ik wilde naar de Filipijnen om te verdwalen, niet om af te vinken. Palawan leek me de juiste plek daarvoor -- niet omdat het onbekend is, integendeel, het staat al jaren op bucketlists -- maar omdat het eiland zo groot en zo versnipperd is dat haast onmogelijk wordt zodra je eenmaal voorbij de eerste brochure bent.

De vlucht van Amsterdam naar Manilla duurt lang genoeg om je oude gewoonten los te laten. Vijftien, soms zeventien uur in een stoel die je eraan herinnert hoe ver je van huis bent. Ik keek niet naar films. Ik las een roman die ik al maanden op mijn nachtkastje liet liggen en liet mijn gedachten meelopen met het vliegtuig over Turkije, de Golf, India. Ergens boven de Andamanse Zee begreep ik dat reizen voor mij altijd begon met aankomst -- met het moment dat je je koffer op de band ziet en denkt: nu begint het echte werk. Langzaam reizen draait die formule om. Het werk begint eerder: bij het besluit om minder te plannen. Op de vluchtenpagina had ik weken van tevoren een redelijk tarief gevonden, een retour via een tussenstop die me niet te veel jetlag zou geven, en daarna stopte ik met optimaliseren. Geen vijfde vergelijkingssite, geen nachtelijke paniek over een uur goedkopere optie. Die rust nam ik mee in het vliegtuig.

Manilla ontvangt je luid en warm, altijd. De hitte die door de schuifdeuren naar buiten komt is een deken die je meteen omhult, en de rij bij immigratie leert je geduld of brengt je terug naar je Nederlandse reflex om te morren. Ik had mijn eTravel-registratie afgerond, mijn hotel in de hoofdstad geboekt voor precies een nacht -- niet omdat Manilla niets te bieden heeft, maar omdat ik wist dat ik anders de verleiding zou voelen om er een stedentrip van te maken. De volgende ochtend vloog ik door naar Puerto Princesa, de poort naar Palawan. Vanaf daar begint het landschap te ademen. De weg naar het noorden, richting El Nido, is beroemd om zijn lengte en om zijn uitzichten, maar ook om de manier waarop hij je dwingt niets anders te doen dan vooruit te kijken. Zes uur in een minibus met open ramen, dorpjes die voorbijglijden als schetsen, kinderen die zwaaien, rijstvelden die in het late licht goud lijken. Ik had mijn koptelefoon niet op. Ik wilde de geluiden horen: motoren, hanengekraai, af en toe een radio met Filipino pop.

El Nido zelf is een stad die groeit en tegelijk probeert klein te blijven. De eerste indruk is een mix van bouwplaats en droombeeld: nieuwe guesthouses naast verweerde houten winkeltjes, tricycles die elkaar op een smalle straat passeren alsof dat een olympische discipline is, en achter alles de Bacuit-archipel -- die rij kalkstenen eilanden die uit zee rijzen als de ruggen van slapende reuzen. De meeste reizigers die ik ontmoette, Nederlanders en Belgen maar ook Koreanen en Australiers, spraken over tours. Tour A, Tour B, de Big Lagoon, de Small Lagoon, Secret Beach. Ik begreep de logica: je bent ver weg gekomen, je hebt beperkte tijd, je wilt het mooiste zien. Maar ik had me voorgenomen om minstens vier dagen geen tour te boeken. In plaats daarvan wandelde ik naar het strand van El Nido Town, at bij een carinderia waar de eigenaar me zonder aarzelen extra rijst gaf, en vroeg op de derde dag pas aan de receptie van mijn guesthouse of er een bootman was die niet alle stops van Tour A hoefde te halen. Dat gesprek veranderde alles. Niet omdat de route anders was -- we voeren nog steeds naar de lagunes die op elke ansichtkaart staan -- maar omdat de bootman, Juno geheten, me vroeg hoe lang ik wilde zwemmen bij de Big Lagoon. Ik zei: zolang het goed voelt. Hij glimlachte alsof hij dat antwoord niet vaak hoorde.

De Big Lagoon is inderdaad zo mooi als de foto's beloven, en tegelijk is het mooiste wat ik er onthoud niet het water zelf is, maar de stilte tussen de kliffen wanneer de motor van de boot uit is en alleen het zachte geklots van roeispanen overblijft. We waren er vroeg, nog voor de grotere groepen arriveerden, en Juno liet me in het kajak alleen peddelen terwijl hij op de boot bleef lezen. Ik voelde me een beetje belachelijk -- een Amsterdamse vrouw in een te groot reddingsvest -- en tegelijk volkomen op mijn plek. Het water was zo helder dat je de zandbank onder je kon volgen alsof je boven een woestijn vloog. Ik peddelde zonder doel. Langzaam reizen is misschien wel dat: doelloosheid zonder schaamte. In Nederland ben ik gewend om elke wandeling te meten in kilometers en hoogtemeters. Hier telde alleen de temperatuur van de zon op mijn schouders en het moment waarop een vis schichtte onder mijn boot.

De Small Lagoon vroeg om een andere soort aandacht. Je bereikt haar door een smalle opening in de rots, bij laag water soms alleen te voet of met moeite met het kajak. Binnen is het een kamer van steen en water, bijna een kathedraal. Toeristen fluisteren daar vanzelf, alsof iemand hen heeft gezegd dat je in een kerk bent. Ik bleef lang zitten op een richel van kalksteen, met mijn voeten in het water, en dacht aan de grachten in Amsterdam -- hoe anders water kan zijn als het niet is ingesloten door bakstenen en fietsen. Juno vertelde me dat zijn vader hier visser was voordat het toerisme kwam, dat de namen van de eilanden ouder zijn dan de Instagram-hashtags, dat sommige plekken in het regenseizoen maandenlang bijna verlaten zijn. Dat soort verhalen krijg je niet op een checklist. Die komen wanneer je tijd maakt voor een tweede kop koffie na de tour, wanneer je niet meteen je telefoon pakt om de volgende bestemming te googelen.

In de dagen erna ontwikkelde ik een ritme dat me deed denken aan vakanties uit mijn kindertijd, toen mijn ouders een bungalow huurden en we de ochtend aan het strand doorbrachten zonder programma. Ik werd wakker voor zonsopgang -- niet om productief te zijn, maar omdat de lucht dan pastel is en de zee stil -- en liep naar een kiosk voor koffie die zoet en sterk was. Soms nam ik een tricycle naar Las Cabanas, een strand ten zuiden van het centrum waar de golven iets harder komen en de horeca minder druk is. Ik las, ik sliep een uur in de middag, ik schreef notities in een papieren dagboek dat ik expres had meegenomen in plaats van mijn laptop. Mijn telefoon lag vaak in de kamer; ik checkte af en toe het weer op de weerspagina, meer uit nieuwsgierigheid dan uit angst. Het droge seizoen hield stand. De Amihan-wind -- de noordoostelijke passaat die van november tot mei over Palawan waait -- maakte de avonden koel genoeg om op het balkon van de guesthouse te zitten met een bier en het geluid van een verre karaoke die ergens uit een open raam kwam.

Eten werd een vorm van langzaam reizen op zich. In El Nido betaal je voor uitzicht of je betaalt voor smaak, en soms vind je beide in dezelfde hut. Ik at grilled fish met knoflookrijst bij een stalletje waar geen menu in het Engels was, en vertrouwde op wijzen en glimlachen. De rekening kwam neer op bedragen die me in euro's -- ik reken nog steeds in mijn hoofd met een koers van ongeveer zestig peso per euro -- deden glimlachen om hoeveel je krijgt voor weinig. Dat is geen armoede-romantisme; het is de constatering dat je op Palawan met een middelgroot budget comfortabel kunt leven als je bereid bent lokaal te eten en niet elke avond in een resortrestaurant te zitten. Ik gebruikte af en toe de kostenrekenaar op PANA.PH om mijn uitgaven bij te houden, meer uit gewoonte dan uit noodzaak. De echte rijkdom van die weken zat niet in wat ik uitgaf, maar in wat ik niet kocht: geen extra tour, geen dure privΓ©boot op een dag dat de zee toch al spiegelglad was, geen paniek om een "gemiste" strand dat een blogger had aangeraden.

Natuurlijk is Palawan niet alleen El Nido Town en de Bacuit-archipel. Het eiland is lang, bijna sabelvormig, en aan de andere kant ligt Coron met zijn wrakduiken en meer afgelegen baaien. Ik overwoog een dagtrip, misschien zelfs een nacht in Port Barton, dat vaak wordt omschreven als het rustigere broertje van El Nido. Uiteindelijk koos ik ervoor om te blijven. Dat klinkt tegenstrijdig voor iemand die reist om te ontdekken, maar langzaam reizen betekent ook durven herhalen. Dezelfde lagune een tweede keer bezoeken wanneer het licht anders valt. Dezelfde markt passeren en dezelfde verkoper van mango's groeten. Op een middag dat het begon te regenen -- een korte tropische bui die de straten even blank maakte -- zat ik onder een afdak met een kop tandoori-thee en keek ik naar mensen die renden alsof regen een verrassing was. Ik rende niet mee. Ik had nergens naartoe te haasten. Dat gevoel is zeldzaam in Amsterdam, waar zelfs een regenbui een reden is om je fietsrit te versnellen.

Er waren momenten van twijfel, moet ik eerlijk zeggen. Instagram toont je Palawan alsof het een achtergrond is, niet een plaats. Wanneer je scrollt tussen verhalen van vrienden die wel acht landen in twee weken doorkruisen, voelt langzaam reizen soms als falen -- als of je de wereld niet hard genoeg wilt zien. Ik voelde die steek op een avond in El Nido toen ik langs de boulevard liep en groepen jonge reizigers lachend van tour naar bar gingen, vol energie, vol plannen. Ik was moe op een prettige manier, verzadigd van zon en zout, en toch vroeg ik me af of ik te oud was geworden voor avontuur of juist eindelijk oud genoeg om te weten wat me goeddeed. De volgende ochtend peddelde ik opnieuw in de richting van een strand dat Juno had aangeraden, Hidden Beach genaamd, hoewel het allerminst verborgen is voor wie een boot huurt. Het verschil was dat ik er alleen was, op een maandag, en dat de echo van mijn stem tegen de rotswand me aan het lachen maakte. Avontuur hoeft niet luid te zijn. Soms is het een echo die je teruggeeft.

De terugreis naar Schiphol voelde als het langzaam dichtklappen van een boek dat je niet wilt beindigen. Puerto Princesa, Manilla, de lange vlucht terug, de douane in Nederland waar iemand vroeg hoe lang ik weg was geweest en ik "lang genoeg" antwoordde omdat het getal in dagen niet volstond. Thuis in Amsterdam hing de geur van zonnebrand nog aan mijn tas en de stad leek harder, kouder, sneller -- niet slechter, alleen anders getuned. Ik vertelde vrienden niet over alle lagunes die ik had gezien; ik vertelde over Juno, over de ochtend dat ik een hagedis op mijn balkon zag zonnebaden, over het gevoel dat tijd niet verdwijnt wanneer je niets forceert, maar zwaarder en rijker wordt. Palawan had me niet veranderd in een andere persoon, maar wel in iemand die iets had geleerd over de kunst van blijven.

Als je vanuit Nederland overweegt om naar Palawan te gaan, zou ik je niet willen overtuigen om mijn exacte route te kopiΓ«ren. El Nido is niet geheim; de weg vanaf Schiphol is bekend via Manilla of soms via Cebu. Vul je eTravel in, neem een paspoort dat nog lang geldig is, en kijk op de pagina over Palawan als je een eerste indruk wilt zonder meteen te verdrinken in opties. Boek een tour als je dat fijn vindt -- er is geen morele superioriteit in langzaam reizen, alleen een uitnodiging om te vragen wat je reis je kost in aandacht. Mij kostte haast alles. Rust gaf me Palawan terug als plaats in plaats van project. En toen ik weer op de fiets stapte langs de Amstel, een week na thuiskomst, merkte ik dat ik iets langzamer reed dan voorheen. Niet omdat ik moest, maar omdat ik nog wist hoe het voelde om ergens te zijn zonder ergens naartoe te hoeven.

PANA.PH

Langzaam reizen in Palawan: een essay van Schiphol tot de lagunes van El Nido | PANA.PH